De bevalling

De bevalling

De bevalling  is de gebeurtenis waarbij de baby vanuit de baarmoeder via de baarmoederhals door de vagina ter wereld komt.

De functie van de bevalling

De functie van de bevalling is om de baby en de placenta uit het lichaam te drijven. De baby leidt vanaf dan een eigen leven.

Het proces van de bevalling

De bevalling kan grofweg in drie fasen worden ingedeeld te weten de; ontsluiting, het uitpersen en de nageboorte

De ontsluiting begint wanneer de vrouw regelmatige weeën voelt. In tegenstelling tot de Braxton Hicks contraties, worden echte weeën steeds sterker, langer en dichter op elkaar. Tijdens de weeën die in de laatste dag(en) van de zwangerschap voorkomen zal de baarmoederhals dunner worden en zich uitstrekken. Ook de baarmoeder zal zich uitzetten. Dit proces zal de baarmoederhals uiteindelijk verwijden tot deze ongeveer 10 centimeter breed is, wat genoeg is voor de baby. De ontsluiting van begin tot eind kan twee tot drie dagen duren. Echter vooral het begin van de ontsluiting zal vaak onopgemerkt gaan, of zonder veel last. Een verloskundige kan bij twijfel een baarmoederhals onderzoek doen om te kijken wat de staat is van de ontsluiting.

Wanneer de ontsluiting is voltooid, is de baarmoederhals wijd genoeg om het baby’tje door te kunnen laten. Omdat de druk van het baby’tje op de baarmoederhals toeneemt, ontstaat bij de vrouw het gevoel te moeten persen. Door een samentrekkende baarmoeder, persweeën genaamd, en het helpen van de moeder word de baby naar buiten geperst. Het hoofd komt, normaliter, als eerste buiten de baarmoeder in de bekkenregio de vagina binnen. Hierbij breekt bijna altijd het vruchtvlies. Hierna volgt de rest van het lichaam en word het kind geboren. Hierbij word de baby opgevangen en naar buiten begeleid door de verloskundige. Het uitpersen van de baby kan kort maar ook lang duren. Na 1,5 uur moet er gekeken worden of er sprake is van een obstructie. Dit kan zich voordoen door een afwijkende hoofdpositie van de baby, persweeën die te weinig kracht hebben. Wanneer het toedienen van een medicijn niet werkt, kan inknippen, of een vacuümverlossing de oplossing zijn. Wanneer het uitpersen helemaal niet opgang komt is een keizersnede mogelijk.

Na de geboorte zal de placenta los laten van de baarmoederwand. Hierbij laat deze een wond achter welke nog ongeveer 10 dagen hevig blijft bloeden. De placenta zal daarna via de vagina naar buiten komen, daarmee een einde maken aan de bevalling. De nageboorte kan tot 30 minuten op zich laten wachten, waarna er ingegrepen moet worden om de placenta uit de baarmoeder te krijgen. Hierna beginnen de kraamweken.

Complicaties bij de bevalling

Tijdens de bevalling kunnen er zich complicaties voordoen. Deze complicatie kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Moelijke bevalling

Een klein percentage van de vrouwen, vooral degene die voor de eerste keer moeder worden, kan een bevalling te lang duren, doordat bijvoorbeeld het uitpersen niet lukt. In deze situatie, is zowel de moeder als de baby in gevaar vanwege infecties en beknelling. Ook kan bijvoorbeeld een schouder fixatie optreden. Hierbij blijft de baby met zijn schouder achter het schaambeen steken. Hierdoor blijft na het uitpersen van het hoofd de rest van het lichaam in het geboortekanaal.

  • Verkeerde ligging

Een probleem kan optreden wanneer de baby een verkeerde ligging heeft tijden de bevalling. Dit kan zowel een stuit-, voet- of andere ligging zijn. Bij een verkeerde ligging is er meer risico dat het hoofd blijft hangen, wanneer de rest van het lichaam al uitgeperst is. Ook kan door een verkeerde ligging de moeder schade oplopen aan haar baarmoeder(hals) of vagina. Ook een verstikking door of een beknelling van de navelstreng is bij een liggingsafwijking een gevaar.

  • Navelstreng beknelling

Zoals al werd gezegd kan een verkeerde ligging zorgen voor een beknelling van de navelstreng. Maar ook door de bevalling zelf kan de navelstreng uitgerekt of beknelt raken, wat een tijdelijke stop van de bloedstroom naar het baby’tje veroorzaakt. In de meeste gevallen is dit maar tijdelijk en niet ernstig.

  • Schaambeen scheiding

Tijden de bevalling kan bij de moeder een scheiding tussen de schaambeenderen optreden. Door de hormonen tijdens de bevalling kunnen de verbindingen ontspannen waardoor de afstand tussen de twee schaambenen verdubbelen. Hierdoor ontstaat ook instabiliteit van de bekken.

  • Bloedingen

Na de bevalling kunnen ook ernstige bloedingen ontstaan bij de vrouw. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door trauma, waardoor er weefsel en bloedvaten kunnen scheuren. Het vasthouden van de placenta of andere weefsel kan leiden tot bloedingen door dat de bloedvaten niet dicht gaan.

Bij een voorliggende placenta ligt de placenta tussen de baarmoederhals en de baby. Hierdoor kan tijdens de bevalling de baby verstrikt raken door de navelstreng, kan de placenta beschadigd raken of het uitpersen moeilijk gaan doordat de placenta in de weg ligt. Bij Vasa praevia liggen de bloedvaten tussen de navelstreng en de placenta tussen de baarmoederhals en de baby.

  • Inadequate bekkencapaciteit

Dit doet zich voor wanneer de bekken niet de capaciteit hebben om een baby naar buiten te persen. Dit kan bijvoorbeeld komen door een te kleine bekkenopening of een grote baby.

  • Baarmoeder of vaginale verwondingen

Tijdens de bevalling kan de moeder verwondingen oplopen in de baarmoeder of vagina. Dit kan ontstaan door een te grote baby of het gebruik maken van bijvoorbeeld een verlostang of vacuümapparatuur.

Infecties tijdens de bevalling

  • Groep B streptokokken

Tijdens de bevalling kunnen baby geïnfecteerd worden door groep B streptokokken. Deze bacteriën komen uit de maagflora en kunnen worden overgebracht op het kind.

  • Soa’s

Een aantal soa’s zoals Gonorroe, Chlamydia of  Herpes kunnen tijdens de bevalling van de moeder op het kind worden overgedragen.

 

De zwangerschapstour gaat hier verder.

 

Reacties zijn gesloten.