Downsyndroom kan nauwkeuriger worden vastgesteld

De test die zwangere vrouwen ondergaan als ze willen weten of hun foetus het downsyndroom heeft, kan veel nauwkeuriger.

Door eerder in de zwangerschap bloed af te nemen bij de vrouw dan nu gebeurt en door haar leeftijd buiten beschouwing te laten, leidt de test minder tot een verkeerde diagnose. De test geeft geen uitsluitsel of een kind het syndroom van Down heeft, maar bepaalt de kans dat een ongeboren kind de chromosoomafwijking heeft.

Factoren die gebruikt worden om deze kans te bepalen zijn bloedwaardes, een echo van het kind en de leeftijd van de moeder.

Oudere zwangeren krijgen daardoor vaker dan jongere vrouwen ten onrechte een hogere kans als uitslag. Ook het tijdstip van bloed afnemen beïnvloedt de uitslag waardoor vaker een foute diagnose wordt gesteld.

Vrouwen die een verhoogde kans als uitslag krijgen te horen kunnen een vruchtwaterpunctie laten doen om uitsluitsel te krijgen. De punctie geeft wel 100 procent zekerheid, maar brengt een (klein) risico van een miskraam met zich mee.

Reacties zijn gesloten.